De minister-president en de mazelen

ImageMijn zoon moet deze zomer weer een prik. Hij is de derde die ik naar het consultatiebureau sleep. Net als zijn zussen heeft hij er eigenlijk nooit last van, wat enorm helpt bij de acceptatie van vaccinatie, evenals de mazelenepidemie die nu woedt in de bible belt en die na deze zomer een hoogtepunt zal bereiken. Hoewel ik zelf orthodox protestant ben, heb ik geen religieuze bezwaren tegen vaccinatie. Ik verbaas me wel over het gemak waarmee veel mensen vaccinatiedwang door de staat aanmoedigen. Sinds de massahysterie rond de Mexicaanse griep laat ik (para-) medici niet zondermeer een spuit in het lichaam van mijn kinderen zetten.

Ruttespeak
De overheid is er niet minder terughoudend van geworden. In reactie op de uitbraak van mazelen en rode hond riepen medisch ethica en VVD-senator Heleen Dupuis en oud-minister Els Borst van Volksgezondheid mensen op zich te laten inenten, en spoorden ze dominees aan om hun kudde daartoe te overreden. Als God mazelen wil, dan toch ook vaccinatie, vonden Dupuis en Borst, en waarom zouden mensen niet uit voorzorg vaccineren terwijl ze wel autogordels dragen? In het gesprek met de minister-president een dag later bleek Rutte het daar van harte mee eens te zijn:

Ik ben zelf ook gelovig en vanuit die overtuiging zou je net zo goed de stelling kunnen aanhangen dat God ook de vaccinaties gemaakt heeft in de wereld. Dit is zeer ingrijpend voor die kinderen, en ik heb heel veel respect voor geloof, nogmaals omdat ik daar zelf alle begrip voor heb en het ook ervaar. […] Ik zeg: roep ook je gemeenteleden op om dat te doen, omdat de gevolgen anders verschrikkelijk zijn. En God heeft nooit bedoeld, daar ben ik absoluut van overtuigd, dat deze kinderen zo lijden als tegelijkertijd in de wereld, waar God ook iets mee te maken heeft, in mijn ogen, er ook voor gezorgd is dat er vaccins zijn.

Daar is geen woord Spaans bij, maar op deze theologische dienstmededeling van onze regeringsleider aan de predikanten in de bible belt valt wel wat af te dingen.

Predikanten
Oproepen aan predikanten om vaccinatie te bevorderen zijn niet nieuw: de Nederlandse overheid doet ze al vanaf de eerste inenting met het koepokkenvirus tegen de kinderpokken rond 1800. In een aantal provincies en steden werd vaccinatie al snel verplicht, of was schoolbezoek alleen toegestaan na inlevering van een pokkenbriefje: een verklaring dat iemand immuun was door inenting. Vooral in Groningen, Drenthe en Overijssel maakte de overheid jacht op ongevaccineerde kinderen. Met succes: de vaccinatiegraad steeg in de eerste helft van de negentiende eeuw tot ongeveer 60%, ondanks de — toen nog aanzienlijke — risico’s die aan inenting kleefden.

Gemeenten
Onder de Gemeentewet van 1851 werd de lokale overheid verantwoordelijk voor de volksgezondheid. De meeste gemeenten bleven hun predikanten regelmatig verzoeken om vaccinatie te bevorderen. Het werd verplicht gesteld voor bepaalde risicogroepen, zoals be­woners van gestichten en armentehuizen, en het pokkenbriefje bleef op veel scholen verplicht. Maar het beleid versplinterde en de vaccinatiegraad steeg niet snel genoeg naar de zin van de voorstanders: twintig jaar later wilden de liberalen de volksgezondheid daarom weer centraliseren. Thorbecke stelde in 1871 voor dat niemand in Nederland meer naar school mocht zonder bewijs van vaccinatie.

Vaccinatiedwang
Het zou er niet van komen. Gereformeerden en katholieken verzetten zich in de Tweede Kamer tegen verplichte vaccinatie. Niet omdat ze tegen vaccinatie waren — dat vonden ze gekwezel van een kleine, dweepzieke minderheid — maar omdat de staat mensen met gewetensbezwaren niet mocht dwingen. Pas vlak voor de Tweede Wereldoorlog kwam er een compromis: iedereen die naar school ging moest ingeënt zijn, maar gewetensbezwaarden konden op het gemeentehuis een formele ‘verklaring van bezwaar’ halen. Intussen steeg de vaccinatiegraad tot boven de 80%. In 1975 werd de indirecte vaccinatiedwang zelfs opgeheven omdat de pokken uitgeroeid waren.

Inentingsplicht
Sindsdien laait de discussie over inentingsplicht regelmatig op, steevast rond een uitbraak van een besmettelijke ziekte in een reforegio. Wat daarbij vooral opvalt: de argumenten veranderen nauwelijks. Veel voorstanders van vaccinatie vinden al twee eeuwen dat een ongevaccineerde minderheid de meerderheid niet in gevaar mag brengen. Kinderen hebben volgens hen bovendien recht op gezondheid, ongeacht de (religieuze) keuze van hun ouders. Daarom pleiten voorstanders voor sterke overheidsdwang. Sommigen vinden zelfs dat weigeraars uit de ouderlijke macht gezet moeten worden om hun kinderen te beschermen, of dat ongevaccineerden behandeling van besmettelijke ziekten ontzegd moet worden: eigen schuld, dikke bult.

Bezwaren
De argumenten in het kamp van de vaccinatieweigeraars zijn evenmin veranderd. Vanaf de introductie rond 1800 vinden tegenstanders dat inenting onnatuurlijk is en dat vaccinatie risico’s kent die weigering rechtvaardigen. Het is volgens hen beter om besmettelijke ziektes de vrije loop te laten: kinderen worden daar sterker van. Dit wordt door voorstanders van vaccinatie doorgaans afgedaan als kwakzalverij. Uit medisch onderzoek blijkt steeds dat inenting meer voordelen dan nadelen heeft en dat vermeende nadelen niet aantoonbaar zijn. Dit wordt door de vaccinatieweigeraars weer gewantrouwd, omdat achter wetenschappelijk onderzoek volgens hen farmaceutische belangen of een bemoeizieke overheid schuilgaan.

Religieuze argumenten
Daarnaast verwerpen sommige reformatorische protestanten vaccinatie op religieuze gronden. In de eerste plaats is inenting volgens hen het ziek maken van een gezond mens, en als zodanig verboden: alleen God komt het toe om mensen ziek te maken. Daarom is vaccinatie ook in strijd met Gods voorzienigheid: inenting is menselijke hoogmoed, omdat God over dood en ziekte beslist. Dit voorzienigheidsargument kent twee varianten. Als gezondheid en ziekte in Gods plan vastliggen, mag je geen middelen gebruiken om ziekte te voorkomen. In een sterkere versie van dit argument wordt ziekte gezien als een straf van God, waar je onder moet bukken, in plaats van de ‘straffende hand’ af te weren.

Ziekte
Het argument dat inenting verboden is omdat je er gezonde mensen ziek mee maakt, is gebaseerd op het gegeven dat elk vaccin een virus is, zij het een dode of onschadelijke variant. Reformatorische protestanten zijn daar tegen, omdat medici mensen niet ziek mogen maken. Ze beroepen zich daarbij op  een Bijbeltekst die in de synoptische evangeliën te vinden is: “Wie gezond is heeft de medicijnmeester niet van node.” Vreemd genoeg gaat deze tekst helemaal niet over gezondheid of ziekte. Het is een commentaar van Jezus op het verwijt dat hij omgaat met hoeren en tollenaars; uit de context blijkt dat het overduidelijk een metafoor is. Letterlijke toepassing van deze tekst op vaccinatie lijkt op zijn zachtst gezegd nogal gezocht.

Voorzienigheid
Voor het voorzienigheidsargument beroepen tegenstanders van vaccinatie zich op de Heidelberger Catechismus. Die stelt in Zondag 10 dat God de wereld niet heeft geschapen om die aan zijn lot over te laten, maar dat Hij de wereld ook onderhoudt. Dat gebeurt volgens een plan waarin gezondheid en ziekte en leven en dood een plaats hebben. Gereformeerde vaccinatieweigeraars vinden daarom dat besmetting met ziektes als mazelen, rode hond en polio geen kwestie van kans is, maar een goddelijk besluit. Met inenting grijp je in dat plan in en probeer je voor God te spelen. Dat geldt a fortiori als je ziekte ziet als vergelding voor de zonde: je probeert dan onder je straf uit te komen.

Gods wil
De tegenargumenten liggen voor de hand, en zijn al eeuwen dezelfde. In de eerste plaats laat God zich bij de uitvoering van zijn plan, als dat ziekte behelst, natuurlijk helemaal niet tegenhouden door een vaccin. In de tweede plaats zijn de weigeraars inconsequent: ze willen geen inenting, en soms ook geen verzekeringen, maar ze wassen wel hun handen voor het eten en ze doen keurig hun gordels om in de auto. Met zulke voorzorgsmaatregelen doorkruisen ze natuurlijk net zo hard Gods plan als met een prik. Tot slot behelst Gods plan, als ziekte en gezondheid daarin besloten liggen, natuurlijk ook vaccinatie. Dit zijn ook de argumenten die Els Borst en Mark Rutte gebruiken: waarom zou ziekte wel Gods wil zijn, maar vaccinatie niet?

Hubris
De tegenargumenten zijn volstrekt logisch, maar ze zullen geen SGP-stemmer overtuigen. Rutte en Borst bevestigen alleen de hoogmoed waarvan bevindelijk gereformeerden hen toch al verdenken: ze zeggen immers te weten wat God wil. Het vreemde is evenwel dat de vaccinatieweigeraars dat in feite ook doen. Als je ziekte als een straf van God ziet waartegen je je niet mag verzetten, doe je dan niet ook net of je weet Gods plan is? En is het geloof dat vaccins niet in Gods plan voorkomen niet ook hubris? Dat lijkt mij het grootste probleem van het argument van Gods voorzienigheid. In de protestantse traditie is altijd gezegd dat Gods wil wel geopenbaard, maar ook verborgen is: als er niks over in de Schrift staat, kun je er weinig over zeggen.

Gezondheid
Nu zijn er in de Bijbel genoeg teksten te vinden die wel over ziekte en gezondheid gaan. Regelmatig breekt in de geschiedenis van Israël de pest of een andere besmettelijke ziekte uit als straf van God, of dreigt een profeet daarmee, vaak in combinatie met honger en oorlog. De gedachte dat God geen lijden toestaat, is dan ook niet direct bijbels te noemen. Er staat evenwel nooit bij dat mensen niets tegen ziekte mogen doen. Integendeel: als een zieke in de Bijbel weer gezond wordt, dan is dat vaak met een geneesmiddel. Bovendien staat in verschillende teksten dat voorkomen beter is dan genezen. In de apocriefe Wijsheid van Jezus Sirach valt zelfs te lezen: “Leer eer gij spreekt, en gebruik medicijn eer gij ziek wordt”.

Persoonlijke keuze
Wat de Bijbel ook zegt: er valt niet uit op te maken of God wel of geen vaccinatie wil. Dat laat ruimte voor de in de gereformeerde gezindte gebruikelijke opvatting dat inenting een persoonlijke keuze is, en dus een gewetenskwestie. Als je vindt dat je goed voor je lichaam en je kinderen moet zorgen, dan maak je gebruik van de mogelijkheid tot vaccinatie, zoals vrijwel alle gelovige moslims, joden, en christenen doen. Als je vindt dat je jezelf of anderen daarmee in gevaar of verlegenheid brengt, dan laat je het. Wat je vooral niet moet doen, is inenting weigeren omdat het dorp er anders schande van spreekt, of je laten vaccineren omdat dat moet van de dokter, de dominee of de premier. Van een bedreiging van de volksgezondheid lijkt immers niet direct sprake.

Jasper Klapwijk is voor scheiding van kerk en staat en vindt dus dat regeringsleiders zich moeten onthouden van goedbedoelde oproepen aan predikanten.

7 gedachtes over “De minister-president en de mazelen

  1. Hoi Jasper, je stelt in de paragraaf met de titel “Religieuze argumenten”:

    Dit argument kent twee varianten. Als gezondheid en ziekte in Gods plan vast ligt, mag je geen middelen gebruiken om ziekte te voorkomen. In een sterkere versie van dit argument wordt ziekte gezien als een straf van God, waar je onder moet bukken, in plaats van die hand af te weren.

    In interviews met / opiniestukken van religieus gemotiveerde niet-inenters komen inderdaad twee varianten voor. Ik zie het iets anders. De varianten (V1, V2) die ik zou onderscheiden zijn de volgende:

    V1: Vaccinatie is niet toegestaan want dit betreft ‘ziek maken’ en dat komt alleen God toe. Dit komt overeen met het (empirisch onjuiste) argument van N. Verdouw in Ref. Dagblad http://www.refdag.nl/opinie/zie_vaccinatie_niet_als_jas_tegen_de_kou_1_752361

    Het onderscheid tussen sterk verzwakte of dode ziektekiemen zou hier, theoretisch in ieder geval, relevant zijn aangezien dode ziektekiemen niet resulteren in ziekte. Dit zou bijvoorbeeld betekenen dat het BMR vaccin geweigerd wordt, maar het polio vaccin niet. Ik heb echter nog nooit gehoord dat dit onderscheid in de praktijk werd gemaakt.

    V2: Vaccinatie is niet toegestaan want dit heeft als doel een ziekte te voorkomen waarvan we geloven dat die ons door god wordt toebedeeld.

    Het verschil tussen deze twee argumenten is dat V2 in feite alle (medische) voorzorgsmaatregelen op de korrel neemt terwijl V1 specifiek het vaccineren afkeurt (vanwege het inbrengen van ziekteverwekkers). V2 strookt met de handelwijze van, bijvoorbeeld, Schooldirecteur Bor, geinterviewd in het EO programma ‘De Vijfde Dag’, die geen maatregelen neemt tegen verdere besmetting terwijl ongeveer de helft van de school de mazelen heeft:

    Interviewer: Heeft u erover nagedacht om de school te sluiten, met zoveel zieke leerlingen?
    Bor: Geen moment eigenlijk.
    Interviewer: En waarom niet?
    Bor: Dat is eigenlijk hetzelfde als je niet vaccineert, dan geloof je ook dat je daarin het leven in Gods hand legt, dus ook of je ziek wordt, dat heb je zelf niet in de hand
    http://www.eo.nl/no_cache/tv/devijfdedag/reportage-detail/mazelen-in-de-bijbelbelt/

    Dit voorbeeld (en andere) laat expliciet zien dat de stelling uitgedragen door N. Verdouw onjuist is, d.w.z. dat de reden waarom orthodoxe gelovigen niet vaccineren niet per se berust enkel en alleen op V1. In de praktijk worden argument V1 en V2 niet scherp gescheiden. Zelfs in het betoog van Ds. Weststrate (http://www.scribd.com/doc/145825112/Brochure-Vaccinatie-Ouders), die expliciet stelt dat ziektepreventie niet per se verkeerd is, zijn er argumenten te bespeuren die onmiskenbaar in het V2 kamp behoren en dus in strijd zijn met zijn eigen visie dat ziektepreventie anders dan vaccinatie geoorloofd is.

    Ds. Weststrate:

    “Maar middelen zijn niet geoorloofd als het wezen van het middel niet klopt of als je door dat middel de afhankelijkheid van de Heere gaat uitbannen. Dat is het geval bij vaccins.”

    “Als we belijden dat ziekten niet bij toeval maar ons door de hand des Heeren toekomen, dan zie je meteen dat vaccineren een ongeoorloofd middel is.”

    Dit is onlogisch (tegenstrijdig). Elke vorm van ziektepreventie vermindert per definitie de “afhankelijkheid van de Heere” en als je belijdt dat “ziekten niet bij toeval maar ons door de hand des Heeren toekomen” dan zou je daarmee dus tegen elke manier van ziektepreventie moeten zijn, niet alleen tegen vaccinatie. In die zin is schooldirecteur Bor dus veel principieler door de school niet te willen sluiten. Als het argument is dat “de afhankelijkheid van de Heere” gemaximaliseerd zou moeten worden dan zou elke vorm van ziektepreventie (inclusief omdoen van autogordel, hebben van airbag in auto, bouwen van dijken etc. etc.) ter discussie gesteld moeten worden. Dat is ook de reden waarom Bart Jan Spruyt ongelijk heeft wanneer hij stelt dat al die argumenten van airbags en autogordels aan de kern voorbij gaan. Ze gaan niet aan de kern voorbij, ze betreffen juist de kern!
    http://bartjanspruyt.blogspot.co.uk/2013/07/mazelen-en-de-biblebelt.html

    Als het motief van alle niet-inentende Christenen puur zou berusten op V1 dan zou deze groep geen enkel probleem moeten hebben met bijvoorbeeld verzekeringen en voorbehoedsmiddelen en dit is aantoonbaar niet het geval. http://nl.wikipedia.org/wiki/Gemoedsbezwaard

    Concluderend:
    1) de twee varianten die jij onderscheidt vallen beide in de V2 categorie. Er bestaat daarnaast een ander argument, V1 (zie begin). Sommige religieuze anti-inenters stellen dat V1 zowel de werkelijke als de geldige reden is waarom orthodoxe protestante gelovigen niet inenten. Dit is aantoonbaar onjuist wat de werkelijkheid betreft en een absurde positie wat de geldigheid betreft (God: “je mag wel proberen een ziekte die Ik naar je toestuur te proberen te voorkomen, maar niet door je te vaccineren.”).
    2) de religieuze anti-inent positie is een inconsequente positie en de argumenten die gebruikt worden om te proberen het te rechtvaardigen berusten op drijfzand.

  2. Je hebt gelijk in het onderscheid tussen de twee argumenten. Dat maak ik ook. Ik ben daarin kennelijk niet helemaal duidelijk geweest; ik heb de tekst daarom iets aangescherpt.

    Het eerste argument (A1) is dat je gezonde mensen niet ziek mag maken. Omdat vaccins in feite ziektekiemen zijn, is inenting strijdig met de Schrift, die zegt “Wie gezond is heeft de medicijnmeester niet van node.”

    Het tweede argument (A2) is dat vaccinatie in strijd is met Gods voorzienigheid. Dit argument kent volgens mij twee varianten. De lichte variant (A2V1) zegt alleen dat God over gezondheid en ziekte gaat, en dat vaccinatie als interventie hoogmoed is. De sterke variant (A2V2) zegt dat dit het geval is, én dat ziekte een straf van God is of kan zijn, zodat vaccinatie niet alleen hoogmoed is, maar ook een poging om onder de straf op de zonden uit te komen.

    Nu komen deze argumenten bij refo’s die tegen vaccinatie zijn in alle mogelijke combinaties voor. Het verhaal van Verdouw zie ik als een combinatie van A1 en A2V1: een vaccin is een ziektekiem (al dan niet dood) én God gaat over ziekte en gezondheid. Je mag mensen dus niet ziek maken, en omdat vaccins (actieve) ziektekiemen zijn, mag je dus ook niet vaccineren.

    Een van de punten die ik wilde maken is inderdaad, zoals je zelf ook zegt, dat de argumenten van refo’s (je mag op grond van de bijbel gezonde mensen niet ziek maken en vaccinatie is tegen Gods voorzienigheid) op grond van de bronnen die ze zelf gebruiken, zwak zijn. Een ander punt is dat de refo’s zelf doen wat ze hun opponenten verwijten: ze claimen te weten wat Gods wil is.

    Maar uiteindelijk gaat het er volgens mij niet om wie de sterkste argumenten heeft. Er is geen groot praktisch probleem — de besmetting treft eigenlijk alleen mensen in de gereformeerde gezindte die niet ingeënt zijn — dus mogen mensen volgens mij zelf bepalen, ook op basis van in onze ogen zwakke argumenten, of ze zichzelf of hun kinderen laten vaccineren.

    Daarop zijn wel uitzonderingen mogelijk, zoals de verplichte inenting van (para-) medische medewerkers, maar dat soort bijzondere gevallen lijkt me te specifiek voor dit verhaal.

    1. Als we ‘voorzienigheid’ definieren als “de veronderstelde universele macht en handelende aanwezigheid van God in de wereld” dan is de idee dat vaccinatie in strijd is met Gods voorzienigheid m.i. het overkoepelende argument in alle religieuze anti-inenting argument varianten.
      http://nl.wikipedia.org/wiki/Goddelijke_voorzienigheid

      Vanuit dat perspectief is in ieder geval het eerste gedeelte van A2 (dat God gaat over gezondheid en ziekte) niet wezenlijk verschillend van A1 (V1) (‘Vaccinatie is niet toegestaan want dit betreft ‘ziek maken’ en dat komt alleen God toe’). Ik vind in Verdouws betoog geen nadere specificatie waarom vaccinatie iets is wat de mens niet toe zou komen; is het ‘ontoelaatbaar want hovaardig’, of is het ‘ontoelaatbaar want ontkomen van straf’? Ik schaar Verdouws argument daarom onder A1 (V1). Maar goed je hebt natuurlijk gelijk dat argumentatie in deze zaak de doorslag niet gaat geven dus genoeg haren gekloven hierover.

      Verder stel je:
      “Er is geen groot praktisch probleem — de besmetting treft eigenlijk alleen mensen in de gereformeerde gezindte die niet ingeënt zijn — dus mogen mensen volgens mij zelf bepalen, ook op basis van in onze ogen zwakke argumenten, of ze zichzelf of hun kinderen laten vaccineren.”

      Mijn weerstand tegen niet-inenters in het algemeen, maar religieus gemotiveerde niet-inenters in het bijzonder, berust op twee factoren:

      * risico op besmetting, en de kans op ernstige complicaties, van ‘andermans’ babies tot 14 maanden die per definitie nog niet ingeent worden. Ook al is de kans hierop misschien klein, het kan wel tot schrijnende gevallen leiden, zie bijvoorbeeld: http://www.thelocal.de/national/20130614-50305.html
      * een beslissing genomen door één of meerdere volwassenen (met beslissingsvaardigheid) voor kinderen (zonder beslissingsvaardigheid) waarbij de beslissingsvaardige(n) weet/weten, of in ieder geval in de positie is/zijn om te weten, dat de kans op negatieve gevolgen voor de gezondheid van het kind op basis van niet inenten groter is dan de kans op negatieve gevolgen in het geval van inenten.

      Wat ik in je betoog nog niet duidelijk genoeg naar voren zie komen is een afweging van het medisch risico, de kansen op ernstige complicaties of zelfs de dood bij het eigen kind of dat van een ander, wat voorkomen had kunnen worden bij behandeling (inenten in dit geval). Je stelt namelijk:

      “Als je vindt dat je jezelf of anderen daarmee [d.w.z. met inenting] in gevaar of verlegenheid brengt, dan laat je het.”

      Hoe ver gaat die gewetensvrijheid? Gaat ze zover dat de overheid zich niet dient te bemoeien met ouders die denken dat gebedsgenezing de plaats in mag nemen van medische hulp zoals in dit geval?
      http://www.huffingtonpost.com/2013/04/23/herbert-catherine-schaible_n_3138001.html

      Gaat ze zover dat, om maar even een hypothetisch scenario te creeren, een echtpaar mag weigeren hun kinderen in te enten terwijl bekend is dat de dood er in de helft van de gevallen (of 75%, of 99% etc.) op volgt als de ziekte eenmaal opgelopen is?
      Ik denk dat het medisch risico een onmisbaar onderdeel vormt in de discussie hoe ver de overheid mag gaan om vaccinatie te verplichten. Wat dat betreft sluit ik me helemaal aan bij Peter Wierenga.
      http://www.denieuwepers.com/prik-van-god/

      1. Zoals ik hiervoor al probeerde uiteen te zetten: volgens mij zijn er twee religieuze argumenten, waarvan één in twee varianten, in verschillende combinaties. Ik denk niet dat je die kunt reduceren tot één argument. Over de providentia Dei valt nog wel wat meer te zeggen dan ik heb gedaan. Ik vermoed op grond van de beschrijving van Den Hartogh in zijn dissertatie (Donker licht) dat veel Reformatorische christenen niet akkoord zouden gaan met jouw definitie van de ‘veronderstelde’ universele macht en handelende aanwezigheid van God in de wereld. Hoe dat ook zij, het argument dat je mensen niet ziek mag maken komt ook los van het voorzienigheidsargument voor, vandaar dat ik het onderscheid maak.

        Voorts zeg ik niet dat er GEEN probleem is, maar dat er geen GROOT probleem is. Ik ben het met je eens dat er een zeer geringe kans is dat babies tot zes maanden die geen borstvoeding krijgen en babies tussen zes en veertien maanden die niet ingeënt zijn (vaccinatie kan vervroegd vanaf zes maanden in risicogebieden) een besmetting met mazelen oplopen en dat er een nog veel geringere kans is dat dat tot complicaties leidt. Natuurlijk zijn dat schrijnende gevallen. Maar daar stellen vaccinatieweigeraars andere gevallen tegenover: complicaties als gevolg van vaccinatie, of besmettingen ondanks inenting. Ik zie dit niet als een bedreiging van de volksgezondheid die ingrijpen van de staat zou rechtvaardigen.

        Daarnaast heb je gelijk dat volwassenen een beslissing nemen over de gezondheid van hun kinderen. Dit is, zoals ik in het artikel ook zeg, een oud en algemeen argument, niet specifiek gericht tegen religieuze vaccinatieweigeraars. Ik heb daarmee twee problemen. In de eerste plaats heb ik ook voor mijn kinderen besloten dat ze ingeënt moesten worden tegen de Mexicaanse griep. Dat bleek niet alleen onnodig, maar bovendien potentieel schadelijk. En ook dat had ik kunnen weten. In de tweede plaats is vaccinatie onomkeerbaar. Het klinkt wat flauw, maar als mijn kinderen op 18-jarige leeftijd zouden besluiten dat ze niet ingeënt willen worden — om welke reden dan ook — dan is dat niet mogelijk.

        De vragen over de reikwijdte van de gewetensvrijheid vind ik zelf ook zeer relevant, maar ik heb het hier geprobeerd een beetje te beperken door geen andere voorbeelden dan vaccinatie te gebruiken. Gebedsgenezing grenst aan dit onderwerp — kun je bidden om genezing als ziekte een besluit of zelfs straf van God is? — maar is wel iets anders: het gaat niet over preventie, en het betreft een andere groep, namelijk die van de evangelische protestanten. Op het hypothetische geval dat je schetst heb ik niet direct antwoord: ik weet niet bij welk risico de grens precies ligt. Wel denk ik dat ingrijpen door de staat gerechtvaardigd is als meer mensen die zelf voorzorgsmaatregelen nemen de dupe worden van mensen die dat niet doen.

  3. Beste Jasper,

    Een mooi artikel, ik mis alleen de discussie over het grondrecht van lichamelijke integriteit. Dat vind ik eigenlijk veel fundamenteler dan theologische argumenten en / of het uitgangspunt ‘scheiding van kerk en staat’.

    Hoe dan ook, het was inderdaad een heel vreemde oproep van onze premier. Zeker als je bedenkt dat hij daar namens het kabinet sprak, en hij premier is van alle Nederlanders.

    Vriendelijke groet,

    Willem Geldof (van 1968, dus nog voorzien van de pokkenprik).

  4. Ik ben het met je eens, Willem, dank voor de aanvulling. Ik denk dat het grondrecht van lichamelijke integriteit thuishoort bij de argumenten tegen verplichte vaccinatie. Het wordt door bevindelijk gereformeerden doorgaans niet gebruikt; wel door andere vaccinatieweigeraars. Zij verwijzen ook naar de Wet op de geneeskundige behandelingsovereenkomst, die behandeling van artsen tegen de wil van de patiënt verbiedt.

    Het is overigens een van de weinige nieuwe argumenten in de discussie. De onaantastbaarheid van het lichaam staat pas sinds 1983 in de grondwet; Daarvoor was er alleen een verbod op marteling. Er worden op dit grondrecht wel veel uitzonderingen gemaakt: bloedproeven, DNA-tests en preventief fouilleren en gedwongen behandeling zijn de bekendste. Dat laatste biedt natuurlijk aanknopingspunten voor een vaccinatieplicht.

    Voorstanders van vaccinatie verwijzen dan ook vaak naar bloedtransfusie: Jehova’s getuigen worden daarbij immers uit de ouderlijke macht ontheven om behandeling van kinderen mogelijk te maken. Zo zou je mensen ook uit de ouderlijke macht kunnen ontzetten als je wilt vaccineren. De analogie gaat volgens mij mank op het punt van de relatie tussen behandeling en overlijdensrisico: die is bij vaccinatie veel zwakker dan bij bloedtransfusie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s