Nacht van de theologie

Image
Completen in de Oude Kerk te Amsterdam

De nacht van de theologie, de nationale bijeenkomst voor godgeleerden van alle tradities in Nederland, vond dit jaar op de langste dag plaats op de SS Rotterdam. De naam van het evenement zelf is al omineus, de gekozen locatie was dit jaar ook weinig opbeurend: de nagel aan de doodskist van de woningcorporatie Woonbron, die met de restauratie voor meer dan € 200 mln het schip in ging. De theologie is er al niet veel beter aan toe, betoogde Ruard Ganzevoort in een voor deze gelegenheid geschreven pamflet.

Publieke theologie

De theologie verdwijnt steeds meer in de marge van de samenleving, terwijl de ideeën en vragen voor het oprapen liggen. Maar er is hoop: Ganzevoort gelooft dat ze uitendelijk weer geliefd zal worden. Als de godgeleerdheid bereid is elke claim op de waarheid te laten varen, kan ze als publieke, fragmentarische theologie een rol spelen als makelaar in zingeving. De theologie kan mensen wijs maken door de rijke bronnen van levenskunst uit de religieuze tradities te openen voor mensen die worstelen met levensvragen.

Blasfemie

Ganzevoort begint zijn betoog met een analyse van blasfemie. Wie een cultureel fenomeen godslasterlijk noemt, constateert geen feit, maar bevestigt zichzelf. Men verklaart de eigen groep ‘heilig’ ten koste van de ander, die taboes doorbreekt en daarmee de sociale orde bedreigt, inbreuk maakt op persoonlijke opvattingen, danwel van de groepsideologie afwijkt. Daarom wordt religiekritiek vaak blasfemie genoemd. Ten onrechte, vindt Ganzevoort: godsdienstvrijheid biedt ruimte voor zowel seculiere religiekritiek als religieuze cultuurkritiek.

Relevant

Die ruimte is ook nodig, want wie of wat God is of goden zijn — vanouds de kernvraag van de godgeleerdheid — moet volgens Ganzevoort onderwerp zijn van gesprek en uitwisseling. Publieke theologie zou daarin een rol moeten spelen door een brug te slaan religieuze tradities en mensen in de seculiere cultuur. Maar helaas verzaken theologen vaak hun taak, vindt Ganzevoort: ze slagen er niet in religie relevant te maken voor mensen van nu, ze gaan dus niet in op hun levensvragen en ze helpen mensen dus niet te duiden wat voor hen ‘heilig’ is in het leven.

Wilde devotie

De persoonlijke, authentieke ervaring van het heilige noemt Ganzevoort ‘wilde devotie’. De kerk, de moskee, kloosters en religieuze groepen hebben die wilde devotie altijd geprobeerd te beheersen en spiritualiteit te beheren. Maar op de vrije markt van levensovertuigingen spelen andere aanbieders inmiddels ook een rol: de overheid, maatschappelijke organisaties, de media en de populaire cultuur concurreren met religieuze groeperingen om zingeving aan de mensen en nemen het beheer van spiritualiteit deels over.

Waarheid

De publieke theologie zou zich volgens Ganzevoort moeten losmaken van deze instituties en zich moeten richten op levensvragen. De vraag naar ‘waarheid’ die aan de theologie gesteld wordt, loopt immers dood in een cirkelredenering: alleen wat bestaat is waar, omdat alleen wat waar is bestaat. Godgeleerdheid zou zich daarom niet op de waarheid, maar op de wijsheid moeten richten: de vraag naar het goede leven, de sacrale orde onder, achter en in de sociale orde. Theologen moeten daarom op zoek naar het heilige in het alledaagse om mensen op weg te helpen in het leven.

Vrijheid

Om de waarheid te kunnen verlaten en de wijsheid te dienen, moet de theologie pluraliteit in levensbeschouwing erkennen. De theologie moet daarvoor een idee van vrijheid ontwikkelen dat uitgaat van ruimte voor opvattingen van de ander en verantwoordelijkheid van de deelnemers aan het gesprek over wijsheid. De publieke theologie moet daarin niet neutraal zijn, maar kritisch, zodat iedereen ruimte krijgt en het ‘spelen met heilig vuur’ niet uit de hand loopt. Omdat een kader voor wijsheid ontbreekt, is de publieke theologie per definitie fragmentarisch.

Fragmenten

Ganzevoort laat tot slot zien hoe zo’n publieke, fragmentarische theologie werkt. Dat doet hij door te vragen hoe de klassieke christelijke deugden geloof, hoop en liefde in fragmenten uit de populaire en de hoge cultuur kunnen functioneren. Aan de hand van Hazes’ Zij gelooft in mij duidt Ganzevoort geloof als de hoop op het mogelijke, in plaats van de zekerheid van het bestaande. Hoop wordt met het lied Droomland dromen van een betere wereld en troost bij het sterven, en liefde wordt in de film Skoonheid een morele les over de verhouding tussen schoonheid, waarheid en rechtvaardigheid.

Wat is waarheid?

Na lezing van dit erudiete, originele pamflet vraag ik me twee dingen af. In de eerste plaats of dit pamflet niet gebaseerd is op een klassieke stropopredenering. Want claimt de theologie eigenlijk wel waarheid, en zo ja, welke waarheid dan? Natuurlijk draagt theologie als godsleer kennis over God en geloof over. Maar als wetenschap heeft de theologie niet meer axioma’s dan andere wetenschappen. Theologisch onderzoek stelt binnen de discipline van de godsdienstfilosofie vanouds ook de vraag of God bestaat en wat waarheid precies is. Is theologie, ook vanuit geloofsstandpunt, niet meer een wetenschap die waarheid zoekt dan claimt?

Dominees als koopmannen

In de tweede plaats ben ik benieuwd wie er zit te wachten op een publieke theologie zonder waarheidsclaim. Zo’n theologie doet recht aan de traditionele reflectie op God en het goddelijke door de moeder aller wetenschappen. Maar godgeleerdheid is vanouds ook de opleiding van voorgangers en geleerden in de kerk. Worden de dominees van morgen inderdaad koopmannen in zingeving? Het sluit goed aan bij wat Ruben van Zwieten, de theoloog van het jaar 2013, doet met Zingeving Zuidas en eerder met de huwelijksservice Trouw vieren.

Hazes revisited

Maar wie gaat er gebruik maken van Rent-a-reverend? Praten over deugden of het heilige aan de hand van een film of een lied is aardig voor een academische discussie, of een pastoraal gesprek onder hoogopgeleiden. Het lijkt me daarentegen niks voor mijn hervormde buurvrouw, met wie ik noodgedwongen veel naar Hazes luisterde. Ze was niet echt bezig met een betere wereld. Ze was ook niet kerks, omdat de kerk haar had laten zitten toen haar man overleed. Maar Hazes bood troost. Net als haar hondjes, voor wie ze alles overhad. Juist omdat ze niet over gevoelens en levensvragen kon spreken.

Makelaars

Ik vermoed dat de wending van de theologie naar zingevingsmakelaardij zinloos is, omdat de meeste mensen helemaal geen koopman zoeken. Ze weten zelf wel waar Abraham de mosterd haalt, zonder dat hun ‘wilde devotie’ ontspoort. Wijsheid leren ze van hun ouders, tegeltjes, een lieve collega, hun yogaleraar of het leven zelf. Desnoods van de dominee, imam, rabbijn, goeroe of monnik. Niet door heiligverklaring van wat ze denken, voelen of zien, maar door mee te zoeken naar een God die zich laat kennen. Niet in waarheidsclaims, niet in de macht van een organisatie, maar in alle eenvoud: in gezongen en gesproken gebed.

Vrijzinnigheid

Ganzevoorts betoog is niet nieuw. De vrijzinnigheid heeft altijd kritiek gehad op de axioma’s van de traditionele theologie en geprobeerd een vertaling te maken van de religie naar de cultuur, van de traditie naar de moderniteit. Het leuke daarvan is dat je zelf mag uitmaken wat wel en niet waar is, en wat in de traditie wel of niet relevant is. Het vervelende is dat vrijzinnige makelaars vaak denken dat je dat niet zelf kunt. Zij zeggen de cultuur en de traditie te kennen en bepalen dus wat modern is, wat wel en niet de moeite waard is om te vertalen en hoe het eigenlijk hoort in de omgang met het heilige: wel gesprek, geen conflict.

Gemeenschap

De orthodoxie — wat niet meer wil zeggen dan ‘de rechte lofprijzing’ — heeft, ondanks alle verwijten van fundamentalisme, dogmatisme en politieke aspiraties, misschien wel beter begrepen wat spelen met heilig vuur is dan de vrijzinnigheid. Elke dag steken mensen een kaarsje aan, of wat wierook. Op vrijdag, zaterdag of zondag lezen ze hun heilige teksten en zingen ze de lofzang in hun gebeden. Met het uitvoeren van die rituelen nemen ze deel aan een verbeelde religieuze gemeenschap. Niet alleen in Nederland hier en nu, maar wereldwijd, in verbondenheid met een traditie, op zoek naar waarheid.

Het is tijd…

Die oude en brede tradities, die hier en daar mensen aanspreken, soms wat meer, dan weer minder, en die steeds opnieuw uitgevonden worden, bieden met hun rituelen in alle vrijheid en openheid een kader voor kritische reflectie. Niet op een ‘seculiere cultuur’ waarin mensen niets van religie zouden willen weten of begrijpen, niet op religieuze instituten die mensen onderdrukken. Maar op onszelf. Wij kunnen niet weten wie God is. We weten niet eens wie wij zelf zijn. Daarom zingen wij, orthodoxe reli-gekkies, tegen het donker, met Hazes mee, tot de laatste snik: “Het is tijd, de hoogste tijd…”

Deze recensie van Ruard Ganzevoort, Spelen met heilig vuur. Waarom de theologie haar claim op de waarheid moet opgeven. Baarn: Ten Have, 2013. ISBN 9789025903251 verscheen eerder als bijdrage aan de rubriek ‘Geestelijk leven’ in De Leunstoel.

Jasper Klapwijk is geen theoloog en hoopt dat ook nooit te worden, want daar is er al één van.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s