Van God los?

VangodlosNaakt het einde van de christelijke politiek? Ewout Klei en Remco van Mulligen denken van wel. Ze beschrijven in Van God los in veertien essays de tanende invloed van het christendom in de Nederlandse politiek. Christelijke partijen spelen een kleinere rol dan vroeger, en die trend zet door.

In twee nabeschouwingen wagen ze zich aan een voorspelling. Volgens Klei moet conservatieve, ‘oikofiele’ politiek verdwijnen, maar heeft vooruitstrevend christendom wel politieke toekomst. Van Mulligen denkt dat de taak van christenen in de toekomst niet in de politiek ligt, maar in het bieden van een alternatief voor een onverschillige samenleving. 

Secularisatie

Het boek begint met een aantal algemene politieke beschouwingen. Het CDA is zijn centrale plaats in de Nederlandse politiek na een korte opleving toch kwijtgeraakt, schetst Klei, maar dat maakte juist de weg vrij voor een grotere rol van de SGP en de Christenunie in Den Haag. Zij steunen samen met de seculiere aartsvijand D66 het kabinet van VVD en PvdA; volgens Klei een teken dat de verhoudingen tussen seculier en confessioneel na aanvankelijke polarisatie normaliseren.

Van Mulligen schetst in zijn inleiding de achtergrond: door de secularisatie worden de christelijke partijen CDA, CU en SGP kleiner en minder invloedrijk, maar ook minder uitgesproken christelijk: ze schuiven op naar het politieke midden.

Beeldvorming

Maar het is niet allemaal koek en ei tussen religie en democratie; vooral tussen ‘fundamentalisme’ en ‘secularisme’ is de verhouding gespannen. Daarom ligt zwart-witdenken aan beide kanten op de loer, waarschuwt Klei.

De invloed van de televisiecultuur op de politiek die Van Mulligen beschrijft, helpt niet. De televisie dwingt politici tot spreken in slogans en de christelijke politiek heeft te lijden van negatieve framing. Anderzijds leverde positieve beeldvorming in de media het CDA in 2003 en 2006 twee onverwachte verkiezingsoverwinningen op. Van Mulligen hoopt en verwacht dat de televisiecultuur zal verdwijnen ten gunste van social media, waarin dialoog belangrijker wordt.

Onderscheiden

Klei en Van Mulligen nemen ons vervolgens mee in een tour langs een aantal politieke partijen. Het CDA staat op een kruispunt, betoogt Klei: de christendemocraten moeten kiezen of ze progressief, conservatief of middenpartij worden, maar vooral een toontje lager zingen.

Van Mulligen ziet die middenpositie als het wezen van de christelijke politiek: een overheidsvisie waarin zowel de overheid als de markt begrensd worden, dus tussen het socialisme van de PvdA en de SP en het liberalisme van de VVD en D66 in. Voor zowel het CDA als de CU en de SGP is het voor het onderscheidend vermogen noodzakelijk om die visie naar voren te brengen, maar ook moeilijk, omdat ze zich bij polarisatie in de campagnes minder kunnen onderscheiden.

Profiel

Klei beschrijft vervolgens met nauwelijks verholen verbazing de ‘emancipatie’ van de SGP: van de folklore van een traditionele getuigenispartij in de marge naar het electorale succes van een actieve conservatieve vleugelspeler met invloed op de regering.

Heel anders dan het beeld dat Van Mulligen van de Christenunie schetst: die partij zit klem tussen de oude orthodox-protestantse achterban van RPF en GPV en de politieke ambities om een serieus alternatief te vormen voor het CDA. Ook het CDA zelf maakt geen keuze tussen christendom, communitarisme en conservatisme en ontbeert daardoor een duidelijk profiel. Het is CDA is stuurloos, maar niet richtingloos, vindt Van Mulligen: de partij seculariseert ongemerkt verder.

PVV

Ook de PVV passeert de revue: Ewout Klei vraagt zich af in hoeverre die partij christelijk is, zoals wel beweerd werd. Binnen de beweging is een aantal protestanten actief uit de evangelische hoek, vanuit hun sympathie voor Israël en in aansluiting bij de islamkritiek van Geert Wilders. Intussen zijn het juist niet protestanten, maar vooral Rooms-katholieken die op Wilders stemmen, al is dat volgens Klei niet uit religieuze overtuiging.

De ideologie van de PVV is naar eigen zeggen wel joods-christelijk, maar in de praktijk is dat volgens Klei vooral een etiket waarmee de partij probeert electoraal door te breken naar het traditionele CDA-electoraat — met enig succes, zou je kunnen zeggen.

Rechten

De bundel snijdt tot slot een paar politieke debatten over culturele thema’s aan. Van Mulligen beschrijft homo-emancipatie als een bron van polarisatie tussen de homobeweging en orthodoxe christenen. Die laatsten verloren: ze moesten openstelling van het huwelijk en het ontslag van ‘weigerambtenaren’ accepteren en passen zich schoorvoetend aan.

Klei laat zien dat de seculiere meerderheid in het debat rond de rituele slacht juist bakzeil haalde om joden en moslims te ontzien, omdat de christelijke partijen voor de rechten van religieuze minderheden opkwamen. De christelijke partijen pleiten steeds vaker voor grondrechten, laat Van Mulligen vervolgens zien. Maar ze zijn daarbij niet consequent: ze lijken vooral voor hun eigen vrijheden — en privileges — op te komen en dat overtuigt niet.

Christenpesten

Bij de verworvenheid van vrije abortus is er nauwelijks sprake van discussie meer, vindt Klei. De seculiere meerderheid is oppermachtig en de kritiek op de abortuswetgeving zo marginaal, dat de storm van protest die opstak tegen Van der Staaij na een opmerking over abortus een bezweringsritueel leek. Van de weeromstuit beschuldigen orthodoxe christenen secularisten, en dan met name D66, van ‘christenpesten’.

Verzet van D66 tegen religieuze symbolen is inderdaad een identity marker en secularisten hebben meer kritiek op christenen dan op moslims, oordelen Van Mulligen en Klei in hun laatste essay, maar christenen houden op hun beurt vast aan zuilbelangen. De oplossing: seculiere neutraliteit die vrijheid biedt voor iedereen.

Tegenstelling

Uit de bundel komen drie manifestaties van christelijke politiek naar voren: de institutionele structuur van de christelijke partijen, de politieke activiteit van christenen en de rol van religieuze tradities in de Nederlandse politieke cultuur. Telkens schetsen Klei en Van Mulligen een antithese: confessioneel versus seculier, orthodoxe christenen tegenover secularisten, en christelijke traditie en moraal tegenover neutraliteit.

Ze zoeken naar een synthese in dialoog en accomodatie, maar gaan er wel van uit dat de ingezette trend van secularisatie de christelijke politiek in het defensief en dwingt, waardoor christenen zich moeten aanpassen aan de seculiere norm door privileges en sterk gekoesterde overtuigingen op te geven. De meerderheid bepaalt de publieke sfeer.

Bevestiging

Daarmee bevestigen Klei en Van Mulligen de uitkomsten van eerdere analyses van de christelijke politiek. In Hoe God verdween uit de Tweede Kamer beschreef Eginhard Meijering eerder de ontkerstening van de Nederlandse politiek in de twintigste eeuw als een proces van ontzuiling en ideologische verwatering.

Ook de bundel Dood of wederopstanding? Over het christelijke in de Nederlandse politiek beschrijft de teloorgang van christelijke politiek als een fait accompli en zoekt naar manieren waarop de christendemocratie zich aan de realiteit van secularisatie kan aanpassen. Kerken lopen leeg, christenen vormen een slinkende minderheid, en dus verdwijnt de christelijke politiek: het CDA is ingestort en de kleine christelijke partijen profiteren nauwelijks.

Verdienste

De verdienste van Van God los ligt in het feit dat Klei en Van Mulligen christelijke politiek niet vereenzelvigen met die confessionele partijen. Hoewel ze een bekend verhaal vertellen, voegen ze er genoeg aan toe om de bundel interessant te maken. De bijdragen over het publieke debat over grondrechten en waarden in de seculiere meerderheidscultuur roepen vragen op over de verhouding tussen de seculiere meerderheid en religieuze minderheden en smaken naar meer.

Het essay over de PVV als rechtse ‘doorbraakpartij’ is verrassend, maar rudimentair. Het vraagt om nadere analyse, vooral van het christendom als culturele norm, en om aanvulling van de bundel met bijdragen over partijen met veel christelijke leden en kiezers als PvdA en VVD, maar ook over SP en GroenLinks, waar die zich expliciet op christenen richten.

Nationaal

Maar. Klei en Van Mulligen zetten ‘christelijk’ en ‘politiek’ naar mijn smaak teveel in een nationaal kader. De polarisatie in het publieke debat over religie, grondrechten en waarden die ze beschrijven, kan niet los gezien worden van de natiestaat die onder druk staat. De EU krijgt meer macht, en in Europa speelt christendom een andere rol dan in Nederland, zoals Van Mulligen laat zien in zijn essay over mensenrechten. Religie — ook het christendom — is bovendien van belang rol in de wijdere internationale arena die de nationale agenda steeds meer bepaalt. Daar zeggen de auteurs niets over. Daarnaast decentraliseert de Rijksoverheid. Lokale verschillen worden belangrijker en die zijn in Nederland groot, zeker als het om godsdienst gaat: Urk is Utrecht niet. De burger moet ook meer zelf doen, waardoor religieuze gemeenschappen en netwerken een andere rol krijgen. Over lokale politiek lezen we evenmin.

Aanzet

Van Mulligen geeft in zijn conclusie wel een aanzet voor nadere gedachten in die richting met zijn voorspelling over de ‘verschilligheid’ van christenen, evenals Klei met het benoemen van de politieke rol van christenen bij de opvang van vluchtelingen. De Protestantse Kerk Nederland diende in 2012 via de Europese Raad van Kerken een klacht in bij het Europese Comité voor de Sociale Rechten tegen de Nederlandse overheid, waardoor die het beleid rond afgewezen asielzoekers moet wijzigen.

De kerk wijst de staat er op dat die zijn zorgplicht verzaakt. Dat gebeurt doordat christenen betrokken raakten bij de opvang van steeds meer vluchtelingen uit Soedan, Somalië, Eritrea, Irak en Syrië die op straat komen te staan door een falend asielbeleid. Soms moet de natiestaat zich aanpassen op last van een hogere macht, omdat de kerk, als internationale gemeenschap, iets anders ziet in een veranderende wereld.

Jasper Klapwijk vindt dat seculier en orthodox geen tegenstelling hoeven te vormen, evenmin als Nederland en Europa of kerk en staat. Hij schreef dit stuk naar aanleiding van Ewout Klei en Remco van Mulligen, Van God los? Het einde van de christelijke politiek? Amsterdam: Nieuw Amsterdam, 240 pagina’s. ISBN 9789046815755. Paperback € 21,95, e-book € 15,99.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s