Maak de burger meester

Een kleine honderd mensen waren er op 16 maart 2016 bij Maak de burger meester: professionals uit de zorg, beleidsmedewerkers en bestuurders. Herman van Bussel en Marije Eleveld zijn de initiatiefnemers van dit congres, dat een aftrap moet zijn van een nieuwe coalitie die de behoeften van de burger centraal wil stellen in de zorg. Professionals en bestuurders moeten beter gaan luisteren naar de burger, zodat die zelf de regie kan voeren over de zorg.

We are afraid of nothing

Het gedachtegoed van Maak de burger meester komt uit Denemarken; uit Esjberg om precies te zijn. De afgelopen jaren stortten hordes Nederlanders zich op de Deense zorg. Daar was al praktijk wat hier nog moest gebeuren: de zorgtaak van de gemeente. In Esjberg vatten ze die op als een sociale verantwoordelijkheid. Ze integreren wonen, welzijn en zorg, en richten zich bij de zorg zo veel mogelijk op het herstel dat burgers zelf graag willen.

Leefplezier

De toepassing van de ervaringen uit Esjberg in Nederland past goed in de trend om meer te kijken naar leefplezier van mensen, in plaats van naar aandoeningen. De grootste pleitbezorger van die benadering in Nederland is ‘professor welbevinden’ Joris Slaets. Hij waarschuwt voor de leugen van healthy ageing: “Gezond oud worden lukt alleen als je op tijd dood gaat”. Niet alleen gezondheid zoeken dus, maar ook kwaliteit van leven.

Om de kwaliteit van leven te verhogen, moeten zorgverleners de burger meester maken over de zorg, vindt Slaets. Pas als je luistert naar persoonlijke verhalen die mensen zelf vertellen over wat hen gelukkig maakt, kun je hen goed helpen. Je kunt dan op zoek gaan naar gemeenschappelijke waarden en recht doen aan diversiteit: onze levensloop bepaalt wat we willen op onze oude dag, en het leven loopt voor iedereen anders.

Welbevinden

Daarvoor moet de zorg wel veranderen. Nu richten zorgaanbieders zich vooral op het voorkomen van leed: negatief welbevinden weghalen. Maar dat zal nooit leiden tot plezier. Daarvoor moet je je richten op wat mensen gelukkig maakt: positief welbevinden. Dat begint met een goed gesprek over behoeften en verlangens. Door de vervulling van die behoeften en verlangens kun je van betekenis zijn en liefdevolle zorg bieden.

Zorg gericht op welbevinden begint met een relatie. Binnen die relatie moet je luisteren naar het verhaal van de burger, in plaats van diens gezondheidstoestand meten. Dan kun je zoeken naar wat de persoonlijke ruimte van burgers vergroot, binnen de kaders van rechtvaardigheid en veiligheid. Daarvoor bestaat voldoende ruimte, vindt Slaets: er staan minder wetten in de weg en praktische bezwaren dan zorgprofessionals vaak denken.

Gesprek

In Esjberg doen ze dit al: zorgprofessionals kijken niet primair naar aandoeningen, maar praten met burgers over alledaagse dingen. Daarbij stellen ze de vraag wat je zou willen. Op basis daarvan maken mensen zelf een top drie van dingen die ze willen aanpakken. Daarbij krijgen ze ondersteuning van professionals. Die methode blijkt beter voor de gezondheid én voor de portemonnee: herstelgerichte zorg a la Esjberg is veel goedkoper dan traditionele zorg.

Deze methode kunnen we ook in Nederland gebruiken, zo wijst onderzoek van Karin Tinneveld-Madsen uit. Ze stelde vragen over herstelgerichte zorg aan Nederlandse burgers, zorgverleners en beleidsmakers. Die blijken het eens te zijn over de uitgangspunten. Hun meningen verschillen alleen bij de uitwerking, vooral over zorgplannen en over het bewijs voor behandelmethodes. Maar daar komen ze volgens Tinneveld wel uit in een goed gesprek.

Herstelgerichte zorg

In Esjberg staat herstelgerichte zorg centraal. Britta Mortensen, adviseur bij de Deense zorgautoriteit, vertelt dat het uitgangspunt daarvoor samenwerking tussen burger, professional, overheid en familie is. Herstelgerichte zorg richt zich niet op aandoeningen, maar op de persoon: het gaat niet om fysiek functioneren, maar om wat mensen zelf willen en kunnen doen. Achtergrond van die verandering is een ingrijpende stelselwijziging in de Deense gezondheidszorg.

Zorg is in Denemarken een overheidstaak; de herstelgerichte zorg is een verantwoordelijkheid van de gemeenten. In 2007 fuseerden de 270 gemeenten in 14 streken tot 98 gemeenten in 5 regio’s. Daardoor kunnen gemeenten beter integrale zorg organiseren; ook specialistische vormen van zorg. Lokale verschillen, gebrek aan standaarden en gebrek aan afstemming tussen regionale en lokale zorg vormen knelpunten. Maar Denemarken investeert nu in verbeteringen.

ICF-model

Susanne Terkelsen, initiatiefneemster van de methode die men in Esjberg hanteert, legt uit dat die gebaseerd is op het ICF-model van de WHO als gemeenschappelijke taal. Waar de zorg vanuit het ‘medische model’ in het verleden vooral keek naar activiteiten vanuit de gezondheidstoestand en de functionele eigenschappen van mensen kijkt men in Esjberg meer naar externe en persoonlijke omstandigheden, en vooral naar participatie.

In een verdiepingssessie legt Terkelsen de methode verder uit: het gaat om gesprekken met mensen met een gezondheidsprobleem. Ze worden na ontslag uit het ziekenhuis of op aangeven van de huisarts uitgenodigd voor een gesprek, waarin alledaagse activiteiten, leefstijl, ondersteuning, lichaam en energie, wensen en verwachtingen en sociaal leven en werk aan de orde komen. Een gesprekswiel en onderwerpkaarten vormen de leidraad voor het gesprek.

Nederland

Vanuit de gemeente Ede vertelt Ted Benschop dat men ook daar de behoefte van de burger centraal wil stellen. Als voorbeeld geeft hij het project van de Koffieluitjes uit de Indische buurt in Ede: een laagdrempelige activiteit voor senioren, die eenzaamheid tegengaat met een persoonlijke benadering. Er is meer van dit soort burgerinitiatief dan de gemeente denkt, stelt Benschop. Het probleem ligt veeleer in belemmeringen die de gemeente zelf opwerpt.

De gemeente moet om dit soort initiatief te stimuleren wel gas geven, maar niet sturen, vindt hij. Wel kan de gemeente zorgen dat initiatieven minder hinder ondervinden door bureaucratische belemmeringen weg te nemen. De gemeente moet de grenzen van burgerinitiatief verkennen en professionals zien als gelijkwaardige partners die initiatief aanvullen, maar niet invullen. Het gaat om wederzijds vertrouwen in het zoeken naar een goed resultaat.

Menselijke maat
Dat resultaat kun je meten om burgerinitiatief te verbeteren, vertelt Aad Francissen van Menselijke Maat. Uitgangspunt voor zo’n meting is dat professionals positief verschil kunnen maken in het leven van burgers. Verandering is alleen te bereiken door te leren en te verbeteren, en de uitkomst moet zijn dat zelfredzaamheid en participatie van burgers bevorderd worden.

Basis voor de resultaatmeting is de zelfbeschikkingstheorie van Deci en Ryan. Autonomie, competentie en verbondenheid zijn basisbehoeften van mensen die een intrinsieke motivatie vormen voor het handelen. Vervulling van die behoeften vormt een bron van welbevinden. De meting stelt vragen over elk van deze drie basisbehoeften en geeft een score; dit resultaat wordt aan professionals voorgelegd ter toetsing en verbetering, en vervolgens aan de gemeenteraad als verantwoording.

 

Model

Maak de burger meester gaat er van uit dat we in Nederland kunnen leren van de Deense ervaring. De gemeente is na de decentralisatie immers ook verantwoordelijk voor een deel van de zorg. Maar ligt dat wel zo voor de hand? In het Nederlandse systeem hebben de zorgverzekeraars een belangrijke rol: ze kopen basiszorg in voor hun verzekerden, ook op het lokale niveau van de wijkverpleging; in Denemarken bestaan die verzekeraars niet. Hoe passen ze in het model?

Bovendien bleek bij dit congres al dat er een groot verschil in benadering van de zorg door de overheid bestaat. In Denemarken is de zorg primair een staatstaak, die de gemeente serieus neemt als sociale verantwoordelijkheid. In Nederland ziet de overheid zorg steeds meer als eigen verantwoordelijkheid van de burger. Initiatieven stimuleren en niet sturen: dat zijn andere ambities dan de Deense doelen van verbetering door standaardisatie en afstemming. Zou het model ook werken als je het initiatief meer aan de burger laat?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s